Planning - verwachtingen - deadlines - LKO3
Stage 3 - klas
- Jaarplanning
- Verwachtingen stage 3 - klas (semester 1)
- Verwachtingen stage 3 - klas (semester 2)
- Deadlines stage 3 - klas
SEMESTER 1
1 Observeren en participeren versus actieve halve dagen SEM 1
Halve stagedagen als voorbereiding op de actieve stage
De halve stagedagen in semester 1 bereiden de student voor op de twee actieve stageweken. Tijdens deze periode leert de student de klaswerking, de mentor en de oudste kleuters kennen en brengt hij de beginsituatie van de kleuters doelgericht in kaart. De informatie die tijdens deze halve dagen wordt verzameld, vormt de basis voor de voorbereiding en uitwerking van de actieve stageweken.
Het opzet van de halve stagedagen
De halve stagedagen bestaan uit een afwisseling van observatie- en participatiemomenten en actieve stagemomenten. Over de volledige periode wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van ongeveer 50% observatie en participatie en 50% actieve betrokkenheid, waarbij de student geleidelijk meer verantwoordelijkheid opneemt.
De observatie- en participatiemomenten
Tijdens deze momenten staat het leren kennen van de klaswerking en de kleuters centraal.
Verwachtingen student:
- observeert de ontwikkeling van de kleuters met aandacht voor het in kaart brengen van de beginsituatie
- participeert in spel- en klasactiviteiten;
- ondersteunt de mentor bij routines en klaswerking;
- kan in overleg met de mentor activiteiten mee begeleiden.
De student draagt hierbij nog geen eindverantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van activiteiten. Het doel is informatie verzamelen, ervaring opdoen en de klascontext leren kennen.
De student noteert informatie uit de dagelijkse observaties in het document beginsituatieanalyse. Door dit document tijdens de stageperiode(s) systematisch aan te vullen, krijgen ze zicht op de beginsituatie van de klas en de school én op verantwoorde, zinvolle acties.
De actieve stagemomenten
Tijdens de actieve momenten neemt de student verantwoordelijkheid op voor een vooraf afgesproken activiteit of een doelgerichte actie binnen het rijk basismilieu (hoek) en/of het meespelen. Deze momenten sluiten aan bij de klaswerking, het actuele thema en de afspraken met de mentor.
Verwachtingen student:
Afhankelijk van de gekozen actie werkt de student:
- een fiche rijk basismilieu uit wanneer hij het rijk basismilieu wil versterken of de spelmogelijkheden tijdens het meespelen wil uitbreiden of verdiepen;
- of een activiteitenfiche uit voor een begeleide activiteit.
De voorbereidingen worden digitaal opgeladen in de stagemap en uiterlijk vóór de start van de stagedag gedeeld met de mentor, zodat de mentor hierop tijdens de stagedag gerichte feedback kan geven.
De link met observeren-en reflecteren wordt duidelijk aangegeven.
Verder benut de student de halve stagedagen benut de student om zich gericht voor op de twee actieve stageweken.
Verwachtingen student
De student:
- overlegt met de mentor over de leerplandoelen en bijhorende inhouden die tijdens de actieve stageweken aan bod komen;
- verkent de voorkennis, interesses en onderwijsbehoeften van de kleuters binnen het gekozen thema;
- observeert de mentor tijdens het begeleiden van relevante activiteiten en spelmomenten en benut deze observaties om zich voor te bereiden op het eigen handelen tijdens de actieve stageweken;
- denkt samen met de mentor na over activiteiten en aanpakken die de overgang naar het eerste leerjaar ondersteunen en observeert de mentor tijdens de uitvoering ervan;
Verwachtingen student m.b.t. reflecteren:
De student:
- Zet 3x per week bewust in op gericht observeren en reflecteren. De student plant minimaal 3x per week een observatiemoment (OBS-MS) in. Hij registreert en interpreteert de opgedane informatie en koppelt hieraan doelgerichte acties in functie van het stimuleren van de groei en ontwikkeling van de kinderen. De student post deze documenten in de digitale stagemap, in de onderliggende map ‘Observeren en reflecteren’.
- Zet tijdens deze stageperiode ook bewust in op het reflecteren en groeien als leerkracht. Voorafgaand aan de actieve stageweken kiest de student een leerdoel, beschrijft hij dit doel en start hij met het uitwerken van een persoonlijk leerpad. De student zorgt voor een schriftelijke neerslag van het leerdoel en het leerpad. Voor de start van de twee actieve stageweken post de student dit document in de digitale stagemap. Werkt de student analoog, dan brengt hij de analoge versie van zijn leerpad mee naar de stage én naar de intervisiemomenten.
De informatie en ervaringen die de student tijdens deze halve stagedagen verzamelt, vormen de basis voor doordachte keuzes bij de verdere uitwerking van het thema, het activiteitenaanbod en de voorbereiding op de actieve stageweken.
Omdat de stage in semester 1 plaatsvindt bij de oudste kleuters, is er bijzondere aandacht voor activiteiten die de overgang naar het eerste leerjaar ondersteunen. De halve stagedagen vormen zo een geleidelijke en doelgerichte voorbereiding, waarbij de student stap voor stap meer zicht krijgt op de klascontext en zich steeds beter voorbereidt op het zelfstandig opnemen van verantwoordelijkheid tijdens de actieve stageweken.
2 Twee actieve stageweken SEM 1
Tijdens de actieve stage van twee weken ontwerpt en realiseert de student een themaplanning. De student verbindt hierbij doelgericht verschillende leerplandoelen en zorgt voor een rijk en samenhangend aanbod. Doelgerichte differentiatie en de voorbereiding op de overgang naar het eerste leerjaar vormen belangrijke aandachtspunten. Naast aandacht voor observeren en reflecteren i.f.v. de groei van de kleuters, nodigen we de studenten ook uit om te reflecteren op het eigen leerproces i.f.v. eigen groei.
Verwachtingen mbt themaplanning
De student:
- kiest een thema dat aansluit bij de leefwereld van de kleuters en tegelijk hun blik op de wereld verruimt;
- vertrekt vanuit bewust gekozen kernleerplandoelen uit de vakdisciplines Wetenschappen en techniek, Geschiedenis en/of Aardrijkskunde. Deze doelen vormen het inhoudelijke vertrekpunt van de themaplanning;
- selecteert daarnaast bewust leerplandoelen uit andere vakdisciplines en geeft deze een plaats binnen het stageaanbod;
- brengt de geselecteerde leerplandoelen waar mogelijk en inhoudelijk betekenisvol met elkaar in samenhang binnen het thema;
- werkt de leerplandoelen uit volgens de opbouw impressie – oefening en expressie – verankering, zodat kleuters nieuwe kennis en vaardigheden kunnen verwerven, inoefenen en verdiepen;
- werkt vanuit de themaplanning het volledige aanbod verder uit, met inbegrip van het vrij spel in de hoeken;
- werkt vijf fiches rijk basismilieu uit en selecteert hieruit drie basismilieus die doelgericht worden verrijkt vanuit de leerplandoelen van de themaplanning.
Verwachtingen voorbereiding op het eerste leerjaar:
De student heeft tijdens de stage ook aandacht voor activiteiten die de overgang naar het eerste leerjaar ondersteunen, zoals schrijfdans of de letter van de week.
De student:
- neemt deze activiteiten op in de weekplanning en bereidt ze voor en voert ze uit tijdens de stage;
- stemt met de mentor af welke activiteiten binnen de klaswerking aan bod komen;
- kan deze activiteiten waar mogelijk en betekenisvol verbinden met het thema, maar dit is geen vereiste;
- houdt bij de planning rekening met de doelen die de overgang naar het eerste leerjaar ondersteunen.
Verwachtingen inzake doelgerichte differentiatie
Doelgerichte differentiatie vormt een rode draad doorheen de volledige stage. De student:
- vertrekt vanuit ambitieuze en gezamenlijke doelen voor alle kleuters;
- brengt vooraf in kaart welke kleuters extra ondersteuning, uitdaging of andere vormen van begeleiding nodig hebben om deze doelen te bereiken;
- maakt bewust keuzes in bijvoorbeeld instructie, ondersteuning, materialen en groeperingsvormen;
- stemt deze keuzes af op de beginsituatie van de kleuters en op de vooropgestelde doelen;
- evalueert tijdens de stage of de gekozen aanpak voldoende kansen biedt voor alle kleuters om de vooropgestelde doelen te bereiken en stuurt waar nodig bij.
Verwachtingen inzake reflecteren:
De student:
- Zet ook tijdens de actieve stageweken 3x per week bewust in op gericht observeren en reflecteren. De student plant minimaal 3x per week een observatiemoment (OBS-MS) in. Hij registreert en interpreteert de opgedane informatie en koppelt hieraan doelgerichte acties in functie van het stimuleren van de groei en ontwikkeling van de kinderen. De student post deze documenten in de digitale stagemap, in de onderliggende map ‘Observeren en reflecteren’.
- Monitort tijdens de actieve stageweken bewust zijn eigen leerproces. De student staat hierbij stil bij de volgende vragen:
– Doelen en plannen: Werk ik aan mijn doelen? Heb ik mijn doelen al bereikt?
Heb ik de timing goed ingeschat? Moet ik mijn planning bijsturen? - Strategieën: Zijn mijn strategieën goed gekozen in functie van de opdracht? Moet ik mijn strategieën aanpassen? Zo ja, hoe? Bereik ik met deze strategieën mijn doelen?
De student noteert belangrijke inzichten en eventuele bijsturingen in het digitale of analoge document ‘Reflecteren en groeien als leerkracht’.
3 Halve dagen na de 2 weken stage
Na de twee actieve stageweken staan observatie, participatie en reflectie opnieuw centraal. Tegelijk blijft de student het leren van de kleuters ondersteunen, met aandacht voor doelgerichte differentiatie en het verankeren van verhoogde zorg binnen de basiszorg.
Verwachtingen inzake reflecteren:
De student:
- Voert een zelfevaluatie uit en kijkt terug op zijn leerproces door zich volgende vragen te stellen : “Hoe kijk ik terug op de opdracht? Wat kan ik volgende keer anders doen? Of wat moet ik behouden? Kan ik wat ik leerde toepassen in andere situaties? Heb ik mijn doelen bereikt? Waarom wel/niet? Heb ik mij aan mijn planning gehouden? Wat zou ik volgende keer behouden/aanpassen
De student noteert belangrijke inzichten en eventuele bijsturingen in het digitale of analoge document ‘Reflecteren en groeien als leerkracht’.
Verwachtingen student:
De student
- Werkt gericht verder aan eigen sterktes en groeipunten die naar voren komen binnen het proces van zelfregulerend leren (reflecteren en groeien als leerkracht), én aan sterktes en groeipunten die hij vanuit andere ervaringen en feedback identificeert.
- bespreekt concrete acties met de mentor om zijn sterktes te verankeren en om aan zijn groeipunten te werken
- bespreekt mogelijke acties met de mentor om tijdens de actieve halve dagen het leren van de kleuters te ondersteunen, met aandacht voor doelgerichte differentiatie en het verankeren van verhoogde zorg binnen de basiszorg en ze beslissen samen welke acties uitgevoerd worden
- zet in op observeren en reflecteren én op reflecteren en groeien als leerkracht.
SEMESTER 2
1 Aandacht voor verdieping en verbreding vanuit de keuzemodules op bachelorproef
Tussen de stageperiode van semester 1 en semester 2 valt een periode van 3 weken waarin de student nieuwe inzichten opdoet om zijn komende stage-ervaringen te verbreden en te verdiepen. De student bereidt zich enerzijds voor op het uitwerken en uitvoeren van de bachelorproef en krijgt anderzijds de kans om zich verder uit te dagen en te ontwikkelen binnen de thema’s die centraal staan in de verschillende keuzemodules.
Verwachtingen bachelorproef:
De studenten kunnen uit 4 keuzemodules kiezen.
STEM-basis
De student verdiept zich in onderzoekend en ontwerpend leren en leert hoe je rijke STEM-leeromgevingen creëert waarin kleuters vragen stellen, onderzoeken, ontwerpen en oplossingen bedenken.
Op Stap
De student verkent hoe je kleuters via risicovol spel, loose parts en doelgericht rollenspel kan uitdagen om te exploreren, samen te werken, hun verbeelding te gebruiken en te groeien in zelfvertrouwen en emotieregulatie.
Muzische coach
De student verdiept zich in de verschillende muzische domeinen en leert rijke activiteiten en leeromgevingen ontwerpen waarin experimenteren, creëren, beleven en expressie centraal staan.
Specifieke leerbehoeften
De student leert hoe je als kleuterleerkracht krachtig en inclusief kunt inspelen op specifieke leerbehoeften en verkent verschillende onderwijs- en ondersteuningscontexten.
Verwachtingen keuzemodules:
- Tijdens de contactmomenten op PXL, neemt de student deel aan de hoorcolleges en demonstratiemomenten
- Tijdens het blok “begeleide praktijk” op PXL neemt de student deel aan ontwerpatelier(s), micro-teaching en/of authentieke oefenmomenten @ PXL in de authentiek klas of tijdens een kampje (~periode)
- De vertaling van de opgedane inzichten gebeurt door student in de stageklas van sem 1 of sem 2. De student zal in overleg met de mentor een aantal testmomenten inplannen én uitvoeren.
2 Observeren en participeren én actieve halve dagen SEM 2
Alle studenten in LKO3 staan heel het jaar op dezelfde stageschool. Het kan wel zijn dat de student in semester 2 van stageklas en/of doelgroep verandert. Het opzet en de verwachtingen van de halve dagen die de student voorbereiden op de actieve (uitgroei)stage zijn gelijkaardig aan deze in semester 1.
Halve stagedagen als voorbereiding op de uitgroeistage
Ook tijdens de halve stagedagen in semester 2 bereiden de student zich voor op de actieve stageweken. Het verschil in deze periode is dat de actieve stage niet twee maar vijf opeenvolgende weken zal duren. Tijdens de periode die is opgebouwd uit halve stagedagen leert de student de klaswerking, de mentor en de kleuters (verder) kennen en brengt hij de beginsituatie van de kleuters doelgericht in kaart. De informatie die tijdens deze halve dagen wordt verzameld, vormt de basis voor de voorbereiding en uitwerking van de actieve stagemomenten – stageweken.
Het opzet van de halve stagedagen
De halve stagedagen bestaan uit een afwisseling van observatie- en participatiemomenten en actieve stagemomenten. Over de volledige periode wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van ongeveer 50% observatie en participatie en 50% actieve betrokkenheid, waarbij de student geleidelijk meer verantwoordelijkheid opneemt.
De observatie- en participatiemomenten
Tijdens deze momenten staat het leren kennen van de klaswerking en de kleuters centraal.
Verwachtingen student:
- observeert de ontwikkeling van de kleuters met aandacht voor het in kaart brengen van de beginsituatie
- participeert in spel- en klasactiviteiten;
- ondersteunt de mentor bij routines en klaswerking;
- zal in overleg met de mentor activiteiten mee begeleiden.
De student draagt hierbij nog geen eindverantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van activiteiten. Het doel is informatie verzamelen, ervaring opdoen en de klascontext leren kennen.
De student noteert informatie uit de dagelijkse observaties in het document beginsituatieanalyse. Door dit document tijdens de stageperiode(s) systematisch aan te vullen, krijgen ze zicht op de beginsituatie van de klas en de school én op verantwoorde, zinvolle acties.
De actieve stagemomenten
Tijdens de actieve momenten neemt de student verantwoordelijkheid op voor een vooraf afgesproken activiteit of een doelgerichte actie binnen het rijk basismilieu (hoek) en/of het meespelen. Deze momenten sluiten aan bij de klaswerking, het actuele thema en de afspraken met de mentor.
Verwachtingen student:
Afhankelijk van de gekozen actie werkt de student:
- een fiche rijk basismilieu uit wanneer hij het rijk basismilieu wil versterken of de spelmogelijkheden tijdens het meespelen wil uitbreiden of verdiepen;
- of een activiteitenfiche uit voor een begeleide activiteit.
De voorbereidingen worden digitaal opgeladen in de stagemap en uiterlijk vóór de start van de stagedag gedeeld met de mentor, zodat de mentor hierop tijdens de stagedag gerichte feedback kan geven.
De link met observeren-en reflecteren wordt duidelijk aangegeven.
Tijdens de halve stagedagen bereidt de student zich verder gericht voor op de vijf actieve stageweken.
Verwachtingen student
De student:
- bespreekt met de mentor op welke manier hij de uitgroeistage zal uitwerken, in overleg wordt er een keuze gemaakt uit: werken volgens themaplanning of werken zonder thema
- overlegt met de mentor over de leerplandoelen en bijhorende inhouden die tijdens de actieve stageweken aan bod komen;
- verkent de voorkennis, interesses en onderwijsbehoeften van de kleuters binnen het gekozen thema of gelinkt aan de vooropgestelde doelen;
- observeert de mentor tijdens het begeleiden van relevante activiteiten en spelmomenten en benut deze observaties om zich voor te bereiden op het eigen handelen tijdens de actieve stageweken;
- bespreekt met de mentor de gerichte acties die hij/zij wil proactief wil uitwerken om in te zetten op doelgerichte differentiatie in het bijzonder en hoe hij/zij verder wil inzetten op het creëren van een inclusieve leeromgeving;
- denkt samen met de mentor na over activiteiten en aanpakken die voor deze doelgroep op dit moment van het jaar niet mogen ontbreken.
De student:
- Zet 3x per week bewust in op gericht observeren en reflecteren. De student plant minimaal 3x per week een observatiemoment (OBS-MS) in. Hij registreert en interpreteert de opgedane informatie en koppelt hieraan doelgerichte acties in functie van het stimuleren van de groei en ontwikkeling van de kinderen. De student post deze documenten in de digitale stagemap, in de onderliggende map ‘Observeren en reflecteren’.
- Zet tijdens deze stageperiode ook bewust in op het reflecteren en groeien als leerkracht. Voorafgaand aan de actieve stageweken kiest de student een leerdoel, beschrijft hij dit doel en start hij met het uitwerken van een persoonlijk leerpad. De student zorgt voor een schriftelijke neerslag van het leerdoel en het leerpad. Voor de start van de twee actieve stageweken post de student dit document in de digitale stagemap. Werkt de student analoog, dan brengt hij de analoge versie van zijn leerpad mee naar de stage én naar de intervisiemomenten.
De informatie en ervaringen die de student tijdens deze halve stagedagen verzamelt, vormen de basis voor doordachte keuzes bij de verdere uitwerking van het thema, het activiteitenaanbod en de voorbereiding op de actieve stageweken.
3 Uitgroeistage sem 2
De focus voor deze stage is het voorbereiden en realiseren van een kennisrijk curriculum (themaplanning, werken zonder thema) waarin het inzetten op een inclusieve leeromgeving en doelgerichte differentiatie centraal staan, met ruimte voor het verdiepen en verbinden van inzichten uit de bachelorproef.
Verwachtingen mbt curriculum
De student:
- kiest in overleg met de mentor een manier van werken die bij de klas-en schoolwerking past (themaplanning, werken zonder thema, samen met de kleuters een thema uitwerken);
- kiest samen met de mentor en/of de kleuters een thema dat aansluit bij de leefwereld van de kleuters en tegelijk hun blik op de wereld verruimt wanneer er gekozen wordt voor het uitwerken van een thema, indien er gekozen wordt voor themaplanning;,
- vertrekt vanuit zowel wanneer er thematische gewerkt wordt als wanneer er zonder thema gewerkt wordt vanuit bewust gekozen kernleerplandoelen;
- werkt doelgericht het aanbod uit rekening houdend met de algemene principes van themaplanning/werken zonder thema
- werkt zowel een doelgericht activiteitenaanbod als maar verrijkt ook de hoeken vanuit de vooropgestelde doelen;
- werkt het basismilieu van alle aanwezige hoeken doordacht en doelgericht uit. De student maakt zelf bewuste keuzes welke hoeken hij daarnaast doelgericht verrijkt vanuit de leerplandoelen die vooropgesteld worden. In minstens 1 hoek wordt wiskunde geïntegreerd.
Verwachtingen inzake doelgerichte differentiatie
Doelgerichte differentiatie vormt een rode draad doorheen de volledige stage. De student:
- vertrekt vanuit ambitieuze en gezamenlijke doelen voor alle kleuters;
- brengt vooraf in kaart welke kleuters extra ondersteuning, uitdaging of andere vormen van begeleiding nodig hebben om deze doelen te bereiken;
- maakt bewust keuzes in bijvoorbeeld instructie, ondersteuning, materialen en groeperingsvormen;
- stemt deze keuzes af op de beginsituatie van de kleuters en op de vooropgestelde doelen;
- evalueert tijdens de stage of de gekozen aanpak voldoende kansen biedt voor alle kleuters om de vooropgestelde doelen te bereiken en stuurt waar nodig bij.
Verwachtingen inzake inzetten op een inclusieve leeromgeving
Het inzetten op een inclusieve leeromgeving is een aanvulling op de doelgerichte differentiatie en is een aandachtspunt voor de student in de uitgroeistage.
De student:
- Kiest bewust een inclusiviteitsprincipe om de maximale ontwikkelingskansen van alle kleuters te verhogen (bijv. extra inzetten op rust, inspelen op sociaal-emotionele ontwikkeling, autonomie bevorderen, …);
- Bespreekt gerichte acties met de mentor om hier op in te zetten;
- Integreert deze acties in het totale aanbod op een gepaste manier (routines, vrij spel, activiteiten, …)
Verwachtingen inzake reflecteren:
De student:
- Zet ook tijdens de uitgroeistage 3x per week bewust in op gericht observeren en reflecteren. De student plant minimaal 3x per week een observatiemoment (OBS-MS) in. Hij registreert en interpreteert de opgedane informatie en koppelt hieraan doelgerichte acties in functie van het stimuleren van de groei en ontwikkeling van de kinderen. De student post deze documenten in de digitale stagemap, in de onderliggende map ‘Observeren en reflecteren’.
- Monitort tijdens de uitgroeistage bewust zijn eigen leerproces. De student staat hierbij stil bij de volgende vragen:
– Doelen en plannen: Werk ik aan mijn doelen? Heb ik mijn doelen al bereikt?
Heb ik de timing goed ingeschat? Moet ik mijn planning bijsturen? - Strategieën: Zijn mijn strategieën goed gekozen in functie van de opdracht? Moet ik mijn strategieën aanpassen? Zo ja, hoe? Bereik ik met deze strategieën mijn doelen?
De student noteert belangrijke inzichten en eventuele bijsturingen in het digitale of analoge document ‘Reflecteren en groeien als leerkracht’.
- Sluit het proces van zelfregulerend leren (reflecteren en groeien als leerkracht) af tijdens de uitgroeistage met een zelfevaluatie!
Verwachtingen inzake administratie
x
STAGEMAP DELEN
Voor de start van de stage maakt de student de digitale stagemap aan, deelt deze met de mentor en plaatst hij de link op EPOS. Vervolgens toetst de student op de eerste stagedag af of de mentor toegang heeft tot de map.
GESPREK VERWACHTINGEN MENTOR
In de eerste week gaat de student met de mentor in gesprek over de verwachtingen van de uitwerking van de 2 actieve stageweken met specifieke aandacht voor de selectie aan doelen en inhouden. Daarnaast bespreken student en mentor welke voorbereidende activiteiten de student rekening houdend met de afspraken uitvoert in de voorafgaande periode van halve dagen.
Concreet voor de stage themaplanning maakt de student afspraken over:
- Het thema voor deze periode
- De leerplandoelen voor deze periode die gelinkt worden aan de themaplanning met specifieke aandacht voor de vakdisciplines Wetenschappen en Techniek, Geschiedenis en Aardrijkskunde voor de inkleuring van het thema
- Aanvullende doelen voor Nederlands en Wiskunde en andere vakdisciplines om de kleuters voor te bereiden op het eerste leerjaar
- Andere terugkerende activiteiten die de schoolvisie of klaswerking typeren, denk bijvoorbeeld aan een bosnamiddag, zwemmen, bib
- Welke 5 basismilieus hoeken de student zal uitwerken en welke hoeken de student zal linken aan de themaplanning
- Andere verwachtingen van de mentor voor deze stage
Concreet voor de periode voorafgaand aan de 2 weken stage, maakt de student afspraken over:
- Voor welke doelen uit de themaplanning actief de beginsituatie in kaart gebracht zal worden en op welke manier
- Op welke manier en wanneer de student de beginsituatie (interesse en voorkennis) van de kinderen zal inschatten mbt het gekozen thema
- Welke voorbereidende activiteiten de student zal overnemen tijdens de periode voorafgaand aan de 2 weken stage
ALGEMENE RICHTLIJNEN EPOS – STAGEPLANNING
Deadline en verwachtingen stagerooster stageweken(lectoren)
- Stageroosters moeten via EPOS ingegeven worden ten laatste 2 weken voor de start van de 2 stageweken. Concreet: uiterlijk 8/11/2026 om 23u00
- Latere wijzigingen aan het stagerooster worden door de student onmiddellijk ingegeven via EPOS, in de periode vóór de stage.
- Wijzigingen tijdens de stage worden ten laatste de dag vóór de betrokken stagedag ingegeven, vóór 19u00.
Inhoud van het rooster (actieve stage)
- Alle roosters moeten volledig, correct en verzorgd ingevuld zijn.
- Geef duidelijk aan wanneer bezoeken niet mogelijk zijn.
- Voor OBS-MS, BKA en BVA worden volgende elementen ingevuld:
- I/D = inhouden/doelen
- AV = activiteitenvorm
- VD = vakdomein
- O = onderwerp
Halve stagedagen
- Ook halve stagedagen worden ingegeven in EPOS.
In de periode voorafgaand aan de 2 weken stage, dient de planning om 19u de dag voorafgaand aan de stagedag ingevuld te zijn op EPOS.
In de periode na de 2 weken stage, dient een week voorafgaand aan de stage – concreet zondagavond voor 23u – duidelijk te zijn wanneer de actieve momenten ingepland zijn en wanneer de participatiemomenten ingepland zijn. De concrete planning dient in orde te zijn de dag voorafgaand aan de stagedag. - Kleurcodes:
- Paars = observatie- en participatiemomenten
- Groen = actieve momenten
- Enkel bij actieve momenten worden I/D, AV, VD en O ingevuld.
- Bij observatie- en participatiemomenten volstaat “OBS-PART”.
Stageplaats
- Alle gegevens van de stageplaats worden door de student ingegeven in EPOS, inclusief het volledige en correcte adres waar het stagebezoek zal plaatsvinden.
Voorbereidingen
De studenten werken met een digitale stagemap:
- Ze delen deze link met alle betrokkenen zodat deze toegang hebben tot de map.
- Ten laatste op 11 november voor 23.00 moet de stagemap alle algemene voorbereidende documenten ( selectie leerplandoelstellingen, inhoudsanalyse, cluster, activiteitenfiches, 5 fiches rijk basismilieu en 3 verrijkingsfiches, rekentaal en rekenbegrippen, …) bevatten afgestemd op de themaplanning
- De student past de feedback van de mentor aan voor de start van de stage
- Aanpassingen tijdens de stage, gebeuren telkens zo snel mogelijk in kleur en voor de betreffende stagedag.
Attitudes en gevolgen
Wanneer de student zich niet houdt aan de opgestelde deadlines, zijn er gevolgen voor de attitude. (zie
Stage 3 - school
De opleiding hecht veel belang aan de ontwikkeling van de 11 rollen van de beginnende leraar kleuteronderwijs. Deze rollen zijn gebaseerd op het domeinspecifieke leerresultatenkader voor de bacheloropleiding kleuteronderwijs en de basiscompetenties van de startende leraar, en worden verder gekleurd door de pijlers van onze opleidingsvisie en de X-factor van de hogeschool.
Tijdens Stage 3 – school ligt de focus op rol 6 (de leraar als partner van ouders en verzorgers), rol 7 (de leraar als lid van het schoolteam), rol 8 (de leraar als partner van externen), rol 9 (de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap) en rol 11 (de ondernemingsgezinde leraar).
Om studenten de kans te geven de bijbehorende competenties verder te ontwikkelen en aan te tonen, voorziet de opleiding een aantal specifieke opdrachten. Deze opdrachten situeren zich bewust buiten de eigen klascontext en richten zich op het functioneren van de student binnen de bredere school- en onderwijsomgeving. Daarom spreken we van schoolbrede taken.
De student bespreekt met de mentor welke concrete invulling deze taken kunnen krijgen in de specifieke schoolcontext, rekening houdend met onderstaande verwachtingen:
1 Leraar als partner voor ouders en verzorgers
Binnen het samenwerken met ouders en verzorgers focussen we ons op “oudercontacten” en op “initiatieven om thuisbetrokkenheid te ondersteunen”.
Wat verwachten we van de student? – oudercontacten
- De visie en werking van de school rond ouder-school-samenwerking verkennen.
- Aangereikte bronnen vanuit de opleiding over ouder-school-samenwerking doornemen
In semester 1
-
- een oudercontact voorbereiden voor 1 kind
- Deze voorbereiding bespreken, feedback verzamelen en bijsturen.
- Een oudercontact observeren in semester 1.
- Reflecteren op dit oudercontact
In semester 2
-
- Voor 3 kinderen een oudercontact voorbereiden
- Feedback verzamelen en voor 1 kind het oudercontact bijwonen.
- Indien mogelijk oudercontacten bijwonen en/of hier een actieve bijdrage aan leveren
- Reflecteren op deze ervaringen
Wat verwachten we van de student? – ondersteunen thuisbetrokkenheid
- De ouders informeren over de initiatieven mbt ondersteunen thuisbetrokkenheid
- 4 concrete acties rond thuisbetrokkenheid uitwerken, uitvoeren en evalueren.
- Reflecteren over de eigen groei in het samenwerken met ouders.
2 Leraar als lid van het schoolteam
Binnen dit luik focussen we specifiek op co-teachen en meer algemeen op het samenwerken binnen een werkgroep.
Wat verwachten we van de student?
- De visie van de school op samenwerken en co-teaching verkennen.
- De aangereikte bronnen vanuit de opleiding doornemen
- Participeren aan overlegmomenten, werkgroepen of projecten.
Wat verwachten we van de student? – Voor co-teachen
- Samen met de mentor een co-teachingstraject voorbereiden, uitvoeren en evalueren.
- Minstens twee activiteiten uitwerken met een co-teachingaanpak waarin het kind als lerende centraal staat, samen inzetten op een inclusieve leeromgeving
- Minstens twee co-teachingsactiviteiten uitwerken en uitvoeren waarin de student zelf als lerende centraal staat, een aanpak i.f.v. het stimuleren van de groei van de student
Wat verwachten we van de student? – Voor het samenwerken binnen een werkgroep
- Feedback verzamelen van teamleden over het eigen functioneren binnen het schoolteam en de actieve rol die hij opneemt binnen een werkgroep
- Reflecteren over de eigen groei als teamlid.
3 Leraar als partner van externen
Binnen dit luik focussen we op het verkennen en het samenwerken met het netwerk van externe partners buiten de school.
Wat verwachten we van de student?
- Het netwerk van externe partners rond de school in kaart brengen.
- Onderzoeken hoe externe partners bijdragen aan de ontwikkeling en ondersteuning van kinderen.
- In overleg gaan met een betekenisvolle externe partner (bv. zorgpartner, ondersteuner, CLB, therapeut …) en afspraken maken over de vertaling ervan naar de klaspraktijk
- Reflecteren over de meerwaarde van samenwerking met externen.
De module Stage 3 – school is opgebouwd uit drie pakketten, gekoppeld aan drie rollen: rol 6, de leraar als partner van ouders en verzorgers; rol 7, de leraar als lid van het schoolteam; en rol 8, de leraar als partner van externen.
Elk opdrachtenpakket is op dezelfde manier opgebouwd en doorloopt drie fasen:
- Fase 1 – Verkennen en begrijpen: de student onderzoekt de specifieke stagecontext en de bredere onderwijscontext en brengt deze in kaart.
- Fase 2 – Tijd voor actie: de student neemt initiatief, stelt gepaste acties voor en voert deze uit in de praktijk.
- Fase 3 – Groei zichtbaar maken: de student blikt terug op de opgedane ervaringen en blikt vooruit, met als doel het eigen leerproces en de leerwinst te duiden.
De student krijgt in overleg met de mentor en de stageschool ruimte om de verschillende opdrachten en acties te plannen. Zo kan de planning maximaal aansluiten bij de concrete klas- en schoolwerking en bij de kansen die zich tijdens de stage voordoen. De verschillende fasen hoeven dan ook niet strikt na elkaar of op vaste momenten te worden doorlopen.
Toch zijn er enkele belangrijke aandachtspunten bij de planning. Zo benadrukken we het belang van het tijdig plannen en voorbereiden van oudercontacten in semester 1. Daarnaast moedigen we studenten aan om het verkennen en begrijpen van de stagecontext en de bredere onderwijscontext al in semester 1 op te nemen. Deze verkenning vormt immers een belangrijke basis voor de acties die de student later in de stage onderneemt.
De concrete planning van de opdrachten en acties wordt in overleg met de mentor en de stageschool afgestemd rekening houdend met onderstaand afsprakenkader.
SEMESTER 1
Bij de start van semester 1
- Planningsgesprek met mentor en ankerlector met aandacht voor de schoolbrede taken, met in het bijzonder aandacht 1) voor het voorbereiden en plannen van de oudercontacten en 2) voor het verzamelen van beleids-en visiedocumenten.
Tijdens semester 1
- Logboek en tijdschrijven opstarten
- Schoolcontext en schoolwerking in kaart brengen minstens voor rol 6
- Beleids- en visiedocumenten verzamelen en analyseren minstens voor rol 6
- Relevante literatuur en output onderzoek verwerken minstens voor rol 6
- Oudercontact volgen en observeren
- Een oudercontact voorbereiden, bespreken en herwerken
Tegen het einde van semester 1
- Eerste praktijkervaringen en reflecties verwerken, minimaal voor de opstart van rol 6
- Logboek/tijdschrijven bijwerken
- Eerste balans opmaken: Waarin ben ik gegroeid? Waar wil ik in semester 2 verder aan werken? Minimaal voor rol 6
SEMESTER 2
Bij de start van semester 2
- Planning semester 2 afstemmen met mentor en ankerlector
Tijdens semester 2 – plannen in overleg met mentor
- Co-teachingsinitiatieven voorbereiden en uitvoeren
- Actief deelnemen aan een werkgroep op schoolniveau
- Relevante ervaringen met externen/schoolbrede werking opnemen
- Opdracht oudercontacten voorbereiden en uitvoeren
Vóór de uitgroeistage (april-mei) – semester 2
- Voor de uitgroeistage – ideeën rond thuisbetrokkenheid voorstellen aan de mentor
- 4 initiatieven rond thuisbetrokkenheid volledig uit verwerken
- Feedback van mentor en uit intervisie verwerken
Tijdens de uitgroeistage
- Initiatieven thuisbetrokkenheid uitvoeren
- Ouders bevragen over deze initiatieven
AFSLUITEN MODULE
Voorbereiden evaluatie – deadline examenperiode
60% → logboek/tijdschrijven – stageverslag mentor
40% → criteriumgericht interview
- Logboek volledig afronden, tijdschrijven controleren en document posten
- Voorbereiden criteriumgericht interview per rol
- Zie moduleboek